Pasgeboren baby | In bed leggen

Slaaphouding

Het is belangrijk om de pasgeboren baby op zijn ruggetje in bed te leggen. Op deze manier kan de baby niet met zijn gezicht in het matras draaien en kan de baby vrij ademen. De kans op wiegendood wordt hierdoor enorm verkleind. De eerste twee weken mag de baby ook op zijn zij gelegd worden. Gebruik dan wel speciale kussens of een opgerolde handdoek om omrollen te voorkomen. Leg de rol daarvoor aan beide kanten dicht tegen de baby aan en zorg dat deze niet kunnen verschuiven. Na twee weken kan de baby echter al sterk genoeg zijn om, ook met de rollen, om te rollen. Dan is slapen op de rug toch het veiligst. Wanneer de baby sterk genoeg is om zelfstandig om te rollen (zowel van rug naar buik, als van buik naar rug). Is het geen probleem meer als de baby op zijn buik in slaap valt. De baby is dan immers sterk genoeg om zelf weer terug te rollen.slapen

 

Het bedje

De veiligste slaapplaats voor een baby is zijn eigen wieg of bedje. Hoewel veel opvoeders vooral in het begin vaak dicht bij hun baby willen zijn, is het niet veilig om de baby bij jou in bed te nemen. De dekens en de lichaamswarmte van de opvoeders zijn veel te warm voor de baby. Ook kunnen de opvoeders tijdens hun slaap omrollen en op de baby terecht komen. Natuurlijk is het fijn om je baby dicht bij je te hebben. Je kunt er daarom voor kiezen om het bedje van de baby de eerste maanden naast je eigen bed te zetten. Op deze manier ben je altijd dichtbij, maar slaapt de baby veilig. Natuurlijk kun je wel spelen en knuffelen in bed zolang jij zelf wakker bent!

 

Dekens

Het beste kun je gebruik maken van een slaapzakje of trappelzak wanneer je de baby in bed legt. Een dekbed of deken is al snel te warm voor een baby en tevens kan de baby onder het dekbed kruipen, waardoor hij moeilijk kan ademhalen. Wanneer de temperatuur op de babykamer goed is (tussen de 16 en 18 graden), zal een deken ook helemaal niet nodig zijn. Een pyjama en trappelzak bieden dan voldoende warmte.

 

Scheef hoofdje

in-bedVeel baby’s hebben de eerste drie maanden een voorkeurshouding met hun hoofdje. Dit betekent dat de baby zijn hoofd steeds dezelfde kant opdraait wanneer hij wordt neergelegd. Omdat de botten in het babyhoofdje nog heel zacht zijn, kunnen deze vervormen door de voorkeurshouding. Om dit vervormen zoveel mogelijk te voorkomen, kunnen opvoeders het hoofdje steeds afwisselend neerleggen. In zijn slaap zal de baby waarschijnlijk toch weer terugdraaien naar zijn voorkeurshouding. Maar tijdens het voeden, op schoot en in de box kunnen de opvoeders ervoor zorgen dat de baby ook anders op zijn hoofdje gaat liggen. Een goede tip is om een speeltje of knuffel neer te leggen aan de kant waar je de baby heen wilt laten kijken. De baby zal steeds het speeltje opzoeken en daardoor wegdraaien van zijn voorkeurshouding.

 

 

FacebookTwitterHyvesLinkedin